Category Archives: Design

TED(x): A Crash Course in Creativity

TED herbergt een schat aan ideeën en inspiratie.

Wat begon als een jaarlijkse bijeenkomst van sprekers die in 18 minuten hun ideeën rond Technologie, Education en/of Design met het publiek konden delen. Ondertussen is er een wereldwijde beweging met TEDx evenementen (evenementen los van de orginele TED georganiseerd). Zo is er TEDxFlanders, TEDxYouth, TEDxGhent, TEDxBrussels, … en ga zo maar door. De bomen door het bos vinden wordt daarmee weer uitdagender. Daarom bedankt aan ACCIO om dit filmpje uit 2012 van TEDxStanford onder de aandacht te brengen:

Wat me hierin vooral aanspreekt is hoe creativiteit onderwezen wordt. Men zegt me wel eens dat het weinig creatief is om een lessenreeks of cursus creativiteit in te richten. What’s in a name natuurlijk. Er is iets van aan, words create worlds, en iets een cursus, course, les of workshop noemen creëert verwachtingen en vooronderstellingen. Daarvan bewust zijn als educreator geeft je een onmiskenbaar voordeel: je kan ze gaan doorbreken.
Het is in de eerste plaats niet hoe je het noemt, maar wat je ermee doet. Bijvoorbeeld de Safari-oefening of de wereldwijde waarde creëren met een vuilnisbak inhoud spreken me erg aan. Het verbaast me ook geenszins dat Dr. Tina Seeling les geeft aan de d.school. Haar context zit alvast mee.

Advertisements

Human Centered Design

I find out what the world needs. Then, I go ahead and invent it. – Thomas Edison

Ik ontdekte Human Centered Design enkele jaren geleden toen ik toevallig op het boek Cecilia’s Keuze stootte. Het boek geeft een overzicht van een aantal cases van ontwerp gebaseerd op basis van gebruikersinzichten.

Sindsdien is mijn bibliotheek rond HCD nog gegroeid en ik heb het in het verleden ook nog niet onder stoelen of banken gestoken dat ik vatbaar ben voor de marketingafdeling van IDEO en de d.school. Een van de laatste leuke samenwerkingen met de universiteit van Berkeley is de Legoscope die 3 van mijn favoriete dingen combineert: Lego, 3D-printers en Microbiologie.

Dit voor mij is maar weer eens het bewijs dat onderwijs dingen kapot kan maken… Ja, ik geef het toe, ik vond als kleine wannabe-uitvinder voor het blote oog onzichtbare organismes supercool. Ik had dan ook snel een microscoop. Eentje met een scherm en al. Een scalpel en een snijmachientje om fijne coupes voor preparaten te maken. Toen ik eindelijk op school achter een ‘echte’ microscoop mocht zitten ging het uiteindelijk om het van buiten leren welke kleuringen er gebruikt werden. Wat er eigenlijk te zien was, was niet zo belangrijk… Anywho, we geraken off-topic.

Voor wie een virtuele crash course wil in Design Thinking raad ik d.gift van de d.school aan. Wie het liever gedoceerd krijgt kan op Youtube terecht.

Maar waar het hier eigenlijk om gaat is dat eerder deze week de finale versie van de Human Centered Design Kit in mijn virtuele brievenbus viel:

Ik had de trial versie al eerder en moet zeggen dat het een schat aan info en tools bevat om aan de slag te gaan met uitdagingen, vragen, moeilijkheden waarbij de persoon centraal staat… Het is te zeggen, waarbij de oplossing voor de uitdaging bruikbaar moet zijn voor de persoon.

De toolkit is rijk aan voorbeelden uit (voor mij) verre landen zoals Ethiopië, Zambia, Rwanda, Cambodja, Vietnam en de VS. Telkens onderbouwd waarom je iets doet, hoe je het doet en met duidelijke tips voor wie het proces faciliteert. Ik zeg bewust proces, omdat, ook al kan je de tools los van elkaar inzetten en combineren op een manier die aansluit bij de eigen (werk-)situatie, toch zal je bij het doornemen van de toolkit snel inzien waarom het interessant is om een proces te doorlopen.

Why We Make

Een van de mooiste complimenten op de FlandersDC/Vlerick CreativityClass2014 is en blijft toch wel dat een van de andere deelnemers dacht dat ik een designer was… Of ik mezelf al designer durf noemen weet ik niet… Maar wanneer men mij vraagt, wat zou je doen als geld geen issue was, dan zit er toch altijd iets van ontwerpen en vooral bouwen in mijn antwoord. Constructief bezig zijn (zowel letterlijk als figuurlijk).

Dus wat te doen als je een hele hoop stiften hebt die rondslingeren?
2014-05-29 13.04.26

De eerste, beste feestdag grijp je aan om je nieuw lijmpistool te testen op een stapeltje diskettes (je weet wel die plastieken kaartjes met een met metalen schuivertje die ooit, in een ver verleden toch wel 5 word-documenten van de ene naar de andere computer konden overzetten)… Daarmee maak je dit:
2014-05-29 13.03.45

En dat zorgt voor:
2014-05-29 13.05.56

Nu, ik had de hot glue wat fout ingeschat (stolde iets sneller dan verwacht), dus heb geen foto’s van het proces, enkel van het resultaat. Tjah, al doende leert men.
Maar waarom vind ik een pennenhouder gemaakt uit afval de moeite om over te schrijven?

Ik vind het in de eerste plaats het een ideaal excuus om Adam Savage te citeren en te verwijzen naar zijn toespraak uit 2012 op Maker Faire over het hoe en waarom van te maken en te bouwen. Ik haal er, zoals gezegd, enorm veel voldoening uit om iets te creëren. Zeker uit materiaal dat anders voor de vuilbak zou zijn.

Ik heb er ondertussen ook eentje voor mijn zus gemaakt, wat aansluit bij zijn meest recente keynote bestond over zijn 10 geboden voor makers. Gebod 9 is immers: “maak dingen voor andere mensen” (zie verder voor de volledige lijst en link naar het filmpje). Gewoon wat prutsen en proberen heeft me met dit klein projectje ook veel geleerd over de do’s en don’ts van het werken met een lijmpistool. En once you pop, you can’t stop… Ik zag wat magneetjes liggen en oude scrabbleblokjes die ik normaal voor associatieoefeningen gebruik en hopla:
2014-05-29 13.37.19

Had ik gekund, ik zou alles aan elkaar beginnen lijmen zijn, maar kwam gelukkig op tijd tot het inzicht dat het best wel handig is als bepaalde zaken, voorwerpen en meubels ook nog verplaatsbaar zijn…

Maar ik blijf wel rondkijken, zoeken, proberen, … En laat dat nu een van de eigenschappen zijn die ik ook bij designers zie terugkomen. Het exploreren en iteratief experimenteren om zo een product of dienst te ontwerpen en ontwikkelen. En het is door dit soort dingen dat ik stilletjes aan, meer en meer, hoop mijn droomberoep (van toen ik 4 jaar was) te kunnen uitoefenen, namelijk uitvinder zijn.
Ik ben er ook van overtuigd dat wanneer ik Savage zijn geboden ter harte neem en er mijn eigen draai aan geef, ik er ooit wel kom. Zijn 10 geboden zijn immers niet enkel van toepassing op het maken van een pennenhouder, maar op een manier van leren, van communiceren en van in relatie staan tot andere ‘makers’:

1. Make something. Anything. Weld, carve, cook, sculpt, sew. Make something in the world that wasn’t there before. As humans, there are two things that make us truly unique: the ability to use tools and the need to tell stories. Making things is both. Everything made has a story embedded in it. When you make something, it becomes part of your story. Humans are natural storytellers, and when you make new things, you join in the most ancient and important story of all.

2. Make stuff that improves your life, either mechanically or aesthetically. It doesn’t matter which. Nothing cements a feeling of utility than using something you’ve made in the course of moving through life. Make useless stuff too, because that’s fun and fine, but you’ll cement your satisfaction by improving your surroundings.

3. Don’t wait. You can start now with what’s in front of you. As Goethe [may or may not have] said, “Begin it!”

4. Use a project to learn a skill. I don’t know about you but I need a goal to learn a skill. I can’t deconstruct and just learn welding for welding’s sake. I need to have something that only welding will bring me. Look around and find something you need to build. Something you can’t help but build.

5. ASK. Ask for help. People who make things love to share their ideas and knowledge. Makers love to talk about their work. Any husband or wife of a maker knows this is true. Learn how to work well with others and it will give back to you tenfold. Ask questions. Ask for advice. Ask for feedback.

6. Share your methods and knowledge and don’t make them a secret. Take lots of pictures and make notes. Make noise. You will forget key details unless you do. Recognize that no matter how esoteric the build or the process you’re working on, somebody somewhere is interested in the same thing and will benefit from your experience, no matter how young you are. Nobody has the monopoly on being you. No one can steal that. Don’t keep secrets!

7. Discouragement and failure are intrinsic to the process. Don’t hide from these. Talk about them. They’re not enemies to be avoided, they’re friends, designed to teach your humility. Go easy on yourself. Don’t compare yourself to others; go ahead and be envious of others’ skills, because frequently you can’t not. Use that.

8. Measure carefully. Have some tolerance. You know what tolerance is? If something fits tightly into something–that’s a close tolerance. If something fits loosely, that’s a loose tolerance. Knowing the difference between tight and loose tolerance is perhaps the most important measure of a craftsperson.

9. Make things for other people. Nothing feels better than expanding your making beyond yourself. Make no mistake: you make yourself vulnerable when you give something to someone that you made, but the rewards are incredible.

10. And if I could go back in time and tell my young self anything–any specific thing at all–it would be this: Use more cooling fluid!
Adam Savage, Maker Faire Bay Area 2014 op Tested.Com

Over Marshmallow en Values bij Ja!Wadden 2/2

Leef vanuit je verbeelding, niet vanuit je geschiedenis – Stephen R. Covey

Na de uitgebreide schets van onze geschiedenis is het belangrijk om ook die verbeelding te stimuleren.

Ik ben ervan overtuigd dat verbeelding de kern is om leuke zaken te bereiken in het leven, en dit ook binnen Ja!Wadden. Het gaat niet louter om weten ‘wat is’, maar om zoeken en denken in ‘wat kan zijn’ vanuit een positieve focus. Ik verwijs even naar de headline van deze blog:

Imagination is more important than knowledge [for knowledge is limited, whereas imagination encircles the world] – A. Einstein.

Dat zou het vertrekpunt worden voor de vorming… Daarbij zou ik onze animatoren actief (met elkaar) aan de slag laten gaan. Om zo al zeker en vast de ervaring sterker te maken, dan wanneer ik louter een theoretisch kader aan zou bieden. Daarbij hoopte ik zo ook een deel tegemoet te komen aan de vraag rond het teamaspect.

De kracht van ervaringsleren en zich in het standpunt van een ander te moeten verplaatsen, heb ik (zelf) al in het verleden kunnen ondervinden. Rollenspelen vind ik echter vaak niet voldoende. Dus iets wat hen dicht bij zichzelf zou brengen was ook nodig als oefening… De uitdaging hierin zat hem ook in het evenwicht tussen zelf ervaren, en tegelijk breken uit de eigen vooronderstellingen en het eigen referentiekader. Centraal stond: ervaren wat een situatie in de eerste plaats met jezelf doet en je van daaruit in het standpunt van de ander kunnen inleven (in dit geval: het ‘lastige’ kind).

Daarom ging ik te rade bij mijn fantastisch coole vriendin Katrien Sel, orthopedagoge op OOBC De Nieuwe Vaart. Voor wat kritische kanttekeningen en inspiratie. Zij ging zelf enkele jaren geleden mee als monitor en is ervaren in het omgaan (en vooral kalm blijven) in moeilijke situaties tussen kinderen, volwassenen en de twee samen.
Check ook zeker haar boek: De Pauzeknop (LannooCampus) over Time-Out project De Kruiskenshoeve in Sint-Laureins. Inclusief prachtig dankwoord.

Tot slot wou ik ook nagaan hoe het zat binnen de ploeg met een aantal waarden en normen. Hiervoor vond ik inspiratie in mijn favoriete werkvormenboek van Dave Gray, Sunni Brown en James Macanufo: Gamestorming, Spellen voor vernieuwers en veranderaars. Zonder aandelen te hebben wil ook zeker iedereen aanraden een kijkje te nemen op hun hun website en app.

Dan de opbouw van de vorming. Als je met een groep van 15 personen op weekend bent, dan biedt dit al kansen om vroeger op de dag met de vorming te beginnen, zonder dat mensen er erg in hebben. Dit is ook wel nodig. Gedurende de voormiddag vertelde ik aan een aantal mensen exact hetzelfde verhaal en vroeg hen later om dit na te vertellen. De verschillen die op de navertellingen zaten gingen van erg klein tot enorm. Later zou ik hier nog op terugkomen.

Om de namiddag te starten had ik 3 tafels klaargezet met telkens 4 stoelen errond.
Enkele flappen aan de muur. Een kant om te noteren, een andere om de ‘score’ bij te houden. Zeker bij de eerste opdracht zou ik wat op het competitiegevoel spelen.
De deelnemers namen plaats aan de tafels en verdeelden zich zo spontaan in 3 groepen. Dan vroeg ik hen onder de stoel te kijken, waarna ze op basis van de speelkaarten die eronder hingen herverdeeld werden. De eerste opdracht die ze kregen was de Marshmallow Challenge.

Deze uitdaging wordt veel in bedrijfscontexten toegepast, om teams op een eenvoudige manier zaken te leren en doen ervaren rond samenwerken, communiceren, creativiteit en iteratief, experimenterend te werken. Op 18 minuten moet een team van 4 personen een zo hoog mogelijke toren bouwen bestaand uit 20 ongekookte spaghettis, 1 meter plakband, 1 meter touw en een marshmallow (komt aan de top). Ik wou hiermee het belang van veiligheid en vertrouwen in een groep belichten, maar ik was mijn ‘mol’-kaartjes vergeten. Voorbereiding, voorbereiding, voorbereiding, …

Na een kort reflectiemoment waarbij vooral zaken als ‘leiden en volgen’, impliciete rolverdelingen en aandacht voor elkaar aan bod kwamen, gingen we over op een aantal rollenspelen met focus op beleving en inleving in het ‘lastige kind’ en de ‘lastige animator’. Tijd om te doen wat we anders op kamp ook vaak doen, buiten spelen!

Nu, ik geloof in se niet in lastige kinderen, wel in lastige situaties. Opmerkelijk is ook dat animatoren dit erkennen, maar sneller als het tussen peers is. ALs in relatie tot de kinderen is speelt er nog steeds een gevoel, dat kinderen vanzelfsprekend respect voor elkaar en voor animatoren hebben. Dit kwam spontaan naar voren uit de nabesprekingen van de rollenspelen.
Enkele deelnemers kregen een korte briefing hoe zich in te leven in de rol van animator of kind. De focus in de nabespreking lag, in tegenstelling tot anders, niet in de eerste plaats op hoe iemand de situatie wel of niet had aangepakt. De focus lag steeds eerst op de beleving van het ‘lastige’ kind of de ‘lastige’ animator. Telkens was er een reden voor zijn of haar gedrag. En door in te zoomen op wat het met je doet om in bepaalde situaties te komen, kwam de groep tot zeer sterke reflecties.

Een ander interessant gegeven was dat wanneer tijdens een van de rollenspelen (gebaseerd op 3 Leiderschapsstijlen, met dank aan Uit de Marge), spontaan bij de animatoren naar boven kwam dat ze een leiderschapsstijl opgelegd kregen die totaal niet bij hen paste. Dit had ik nooit kunnen plannen, want het spontane gegeven van 3 personen die zich vrijwillig opgeven en dan nog eens gedekt een rol toegeschoven krijgen had ik niet voorzien. Ik was dus aangenaam verrast door deze kans om het over diversiteit in teams te kunnen hebben, persoonlijke leiderschapsstijlen en over het belang van elkaars over sterktes en zwaktes te kennen, om hiermee aan de slag te kunnen. Dat dit dan nog eens vanuit de beleving van de deelnemers zelf vertrok, maakte het des te sterker.

Terug naar binnen dan. Paarsgewijs mochten de een van de animatoren de andere ondervragen over zijn of haar ontbijt. Daarna werd dit plenair besproken.
“En vertel eens?”
– “Euhm, ja ze heeft dus vanochtend ontbeten… Het was lekker… Ze heeft… cornflakes gegeten.”
“Okee, merci. Nog vragen?”
Geen vragen, enkel een opmerking van de partner: “Ik vond het eigenlijk niet lekker, want voelde me niet zo goed. Ik heb ook geen cornflakes gegeten…”

Een gesprek rond het belang van luisteren en samen een verhaal creëren volgde hierop. We gingen dieper in op lastige situaties op kamp, waarbij het belang van communicatie erg benadrukt werd door de groep. Ik gaf hen de opdracht te wisselen en nu proberen een tijdslijn op te stellen van start van het ontbijt tot einde. Alsof het een film is die je voor je ziet. Het tweede verhaal over het ontbijt was gedetailleerder en correcter. De transfer naar moeilijke situaties maken verliep vlotter dan gedacht. Vanuit mijn opleiding ben ikzelf ook lichtelijk vertrouwd met LSCI, iets waar Katrien me ook van aanraadde dit nog eens na te lijken.

Op de flap zette ik kort even een conflictopbouw uit. Allereerst gingen we in op hoe het belangrijk is van aandachtig te zijn voor zaken die kunnen opbouwen tot een uitbarsting, en hoe daar aandacht aan besteden al werk kan besparen later. De groep kwam ook met voorbeelden hoe de context, omgeving, het moment van de dag, … daar allemaal toe kan bijdragen. Dit plaatste de lastige persoon al in een ruimer geheel. Vervolgens gingen we nog verder in op hoe de tijdslijn dan in te zetten, indien er wel een conflict ontstaan is, en hoe daar positief mee aan de slag te gaan op kamp. Zonder er een opvoedingskamp van te maken (in tegendeel zelfs).

Voor dat laatste vond ik het nog belangrijk om met de groep aan de slag te gaan rond wat voor hen centrale waarden zijn binnen onze vereniging en kampen. Dus na een hele namiddag al het perspectief van de andere ingenomen te hebben, mochten ze nu eerst in hun groepje aan de slag rond wat voor hen centraal staat en essentieel is in hun droomkamp. Via de methodiek van ‘show me your values‘, een ideale tool om aan het begin van een samenwerking of overleg de kaarten alvast wat meer open op tafel te krijgen.
Dit werd plenair gedeeld en op flap gebracht. Na afloop werd nog eens afgetoetst of iedereen zich kon vinden in wat er centraal stond (hetzelfde werd gedaan bij hoofdleiding en bestuursleden die op dat moment niet aanwezig waren). Dit voorlopig resultaat vormt het startpunt voor ons Visie en Missie-overleg komende zaterdag:

Untitled-2

Afsluiten deden we met een pannenkoek en een tweede poging van de Marshmallow Challenge:
2014-03-15 17.31.38-1

2014-03-15 17.31.33

2014-03-15 17.31.25

CreativityClass 2014. Eigen inzending

Een uitdaging van FlandersDC kan altijd tellen… Vorige week heeft het mij enkele uren gekost om me door een hoop persoonlijkheidstesten te worstelen. Ik kreeg begin deze maand immers het fijne nieuws dat ik geselecteerd was voor de selectiedag op 1 maart in Brussel om een jury te overtuigen dat ik bij de 24 deelnemers aan de CreativityClass 2014 thuishoor (help). De vraag is dan om in 3 minuten te pitchen waar ik zelf over 20 jaar wil staan. De planner in mij (een zeer klein en vaak genegeerd stemmetje) is volledig in overdrive… En de gangmaker in mezelf heeft zowat alle deuren al platgelopen.

Soit, hoe is me deze eer te beurt gevallen? Dankzij onderstaande inzending. Even wat achtergrond. Er werd ons gevraagd een creatief antwoord/creatieve oplossing uit te werken (conceptueel was voldoende) op een van de drie onderstaande ‘wat als?’-vragen:
– Wat als iedereen zelfstandige was?
– Wat als werkgevers niet meer naar je CV zouden kijken?
– Wat als je je carrière achterstevoren kon doen?

Omdat ikzelf halvelings in een sollicitatie-state-of-mind zat heb ik me over de 2de uitdaging gebogen. Naar goede gewoonte heb ik het enkele weken voor me uitgeschoven, met mensen in gesprek gegaan (meestal meer over de opdracht zelf, dan over mogelijke oplossingen) en ben ik door enkele stapels post-its gegaan om tot slot een prezi te maken.
Ik weet niet of hij voor zichzelf spreekt, vragen of opmerking kunnen in de comments.
Sowieso hoop ik dat de aandachtige lezer een aantal HCD, AI en TiA aspecten herkent 🙂